Translate

vrijdag 5 mei 2017

Vitello Tonnato





Mijn grote vriend Ricardo verwent me altijd met allerlei 'goodies' als we weer huiswaarts keren na een verblijf in zijn Borgo. Dit keer zat er een potje ricciola, oftewel yellowfin tonijn bij. Zo'n mooi potje vraagt wat mij betreft om een mooie bereiding. Dus maak ik van de 'tonno', 'tonnata'; de bij kalfsvlees-plakjes horende tonijnsaus.

Tonijn is wel een dingetje; in die zin dat tonijn wereldwijd populair is in allerlei keukens en daardoor zwaar overbevist wordt. Vroeger (vroegâh) zwommen er tonijnen in de Noordzee ! Er zijn 20+ soorten tonijn. De Blauwvin is een reus die je niet meer moet willen eten. Omdat de Blauwvin zo onder druk staat wordt er meer en meer op Geelvin gevist. Volgens de VISwijzer is de Geelvin inmiddels ook niet meer ok om te eten. En als ze niet lijn-gevangen worden komen er ook dolfijnen in de netten terecht.





De enige tonijnen die je nog zonder een bezwaard hart kunt eten zijn de Witte (Albacore), maar dan wel als-ie in de zuidelijke Stille Oceaan is gevangen. Of kies voor Skipjacktonijn uit de oostelijke Stille Oceaan. Dit zijn kleine tonijnen (zo'n 2 kilo) en is wereldwijd verreweg de meest gevangen soort. Het MSC-keurmerk is een goede leidraad.




We beginnen met het vlees. Te bereiden op 1 van de 2 volgende manieren.

1. De klassieke manier, braiseren; aanbraden en vervolgens garen in vocht zonder dit te laten koken. Zo houd je het vlees sappig. Verwarm de olie en boter in een braadpan boven een matig vuur. Wacht tot de boter uitgebruist is. Peper en zout het vlees rondom en braad het aan alle kanten kort aan. Voeg hierna zoveel groenten- of kippenbouillon toe tot het vlees onder staat. Doe de fijngesneden groenten, en de overige ingrediënten er bij. Hang een thermometer in het vocht en verwarm tot 80 graden celcius. Vanaf een minuut of 50 tot iets langer dan een uur zal het  vlees een kerntemperatuur hebben van zo'n 56-59 graden en is het rosé van binnen. Dit is afhankelijk van hoe dik het stuk vlees is en hoe strak u de bouillon op 80C heeft weten te houden. Haal het vlees uit de pan en laat afkoelen.
(Bouillon zeven en bewaren)

2. In de oven. Voor verwarmen op 80C. Het vlees kort rondom braden in boter en olijfolie. Over doen in een ovenschaal en garen tot een kerntemperatuur van 56-59C.


Afbeeldingsresultaat voor gouden kalf


Dan de tonijnmayo. Het loont echt de moeite uw eigen mayonaise te maken. Als u dit nog nooit heeft gedaan, doe het nu. Het vlees moet toch nog afkoelen. Hoe dit moet vind u hier.
Verder is de tonijnmayo slechts een kwestie van alle ingrediënten met een staafmixer of in een keukenmachine tot een gladde saus malen. Verdun eventueel met een beetje van de bouillon. Proef en breng op smaak met een kneepje citroensap en wat versgemalen peper. Zout is waarschijnlijk niet nodig omdat er al ansjovis in de Tonnato zit. Zet even koel weg.

Snij het afgekoelde vlees in dunne plakken. Schik de Vitello naar eigen goeddunken mooi op een bord en doe er wat van de Tonnato over. Laat eventueel een tijdje staan om de smaken op elkaar te laten inwerken. Zo niet, garneer dan meteen met wat extra kappertjes hier en daar en wat blaadjes rucola. Serveer de tonijnmayonaise er bij.




ingrediënten:

kalfsfricandeau 800-1000 gr
peper en zout
klontje roomboter en een scheut olijfolie
3 liter bouillon,
evt aangevuld met (een gedeelte) van onderstaande ingrediënten:
bleekselderij 2, fijn gesneden
1/2 prei, in ringen
wortel 2, fijn gesneden
ui 1, fijngesneden
3 kruidnagels
blaadje laurier
wat tijm
peterseliesteeltjes
zout

goede tonijn in een blikje op goede olie uitgelekt 250 gr, anders 1 blikje tonijn op water
2 eetlepels kappertjes
1 hardgekookt eigeel
2 ansjovisfilets
250 ml mayo
sap 1/2 citroen, peper en een beetje bouillon

rucola, gewassen en uitgelekt
extra kappertjes





donderdag 4 mei 2017

Nasi Goreng met Kip






Nasi Goreng is Gebakken Rijst. En rijst bakken kan alleen met gare, afgekoelde rijst. Dus breng water aan de kook en kook uw rijst. Afkoelen gaat goed in een zeef. Dit duurt zo'n 4 uur. Schud af en toe om, zo hou je de korrels los. Mocht u haast hebben, spoel de rijst dan met koud water tot de hitte er uit is. Realiseer u dat u dan ook 'smaak' weg spoelt.

Maar nasi goreng is natuurlijk meer dan alleen rijst die gebakken is. In Indonesië, waar onze nasi goreng vandaan komt, wordt dit als ontbijt gegeten. De rijst wordt gebakken samen met overgebleven restjes van de avondmaaltijd van de dag daarvoor.

'Warm eten' voor ontbijt, daar zijn Dikke en het jongste meisje Sigi ook gek op. We zijn voor Nederlandse begrippen a-typische ontbijters. Daarom staat er eigenlijk altijd een bakje gekookte rijst in de koelkast. Deze bak ik dan op met een restje vlees, een stukje gember en een kontje prei, bijvoorbeeld. Een prima restverwerkings-gerecht dus.




U hoeft de nasi niet persé als ontbijt te nuttigen, maar als u nu een beetje over laat, morgen misschien wel.

Om de nasi een authentieke Indonesische smaak mee te geven gebruik ik altijd trassi, oftewel garnalenpasta. Overigens tot groot ongenoegen van mevrouw Sigi en de meisjes Sigi. Tenminste als ze tijdens het koken thuis zijn. Dit vanwege de geur die de trassi afgeeft als je 'm bakt. Zeg maar, een acquired scent. De geur verdwijnt echter snel en het resultaat is het tijdelijke ongemak meer dan waard.
Trassi wordt gemaakt door kleine garnaaltjes fijn te malen, te zouten en te laten fermenteren. Dit wordt dan geperst tot blokken. De trassi in Nederland is al voorgebakken waardoor de vislucht al grotendeels is weggenomen. Het is overal verkrijgbaar en giga-lang houdbaar. Eventueel te vervangen door Sambal Trassi.





Dikke kookte eens een Indische maaltijd met vriend Bert, wiens roots in Indonesië liggen. Hij beweerde dat ik de eerste blanke slash witte was, die hij kende, die een vijzel gebruikte. Nou zegt dat natuurlijk niks, maar ik heb toch de indruk dat vijzels in Nederland behoren tot de top 3 van minst gebruikte keuken-gadgets. De keukenmachine is het makkelijke alternatief; supersnel, vergelijkbaar resultaat, maar je kan er aanmerkelijk minder liefde in kwijt. En dat proef je dan weer wel.

Dikke's vijzel staat altijd binnen handbereik, klaar om te gaan. Het plan voor de Nasi Goreng met Kip is om de kip te marineren in een boemboe. Een boemboe is een kruidenpasta. Van de boemboe gebruiken we dan ook een beetje voor de rijst.

Gebruik liefst verse kruiden; gember- en laos wortel, tenen knoflook, koriander- en komijnzaadjes. Geen gemalen specerijen en gedroogde poedertjes.

Rooster de koriander- en komijnzaadjes in een droge koekenpan tot ze gaan geuren. Snij sjalot, gember, laos, knoflook en peper heel klein en vijzel dit samen met de trassi, de palmsuiker en de geroosterde zaadjes tot een pasta. Hou 1 eetlepel apart voor de rijst straks.
Meng de rest met de sojasaus in een schaal en leg de stukken kip er in. Laat minimaal een half uur staan.




Verhit wat neutrale olie in een koekenpan. bak de fijngesneden ui en iets later de knoflook. Doe de kip en de kokos erbij en bak de kip rondom bruin. Er bakt van alles aan, maar geen zorgen. Als de kip gaar is voeg je een paar eetlepels water toe en roer je met een houten lepel alle aanbaksels los. Ze lossen op in het water en je creëert iets van een saus.
Dit heet deglaceren, by the way. Niet om interessant te doen, maar omdat dit zogenaamde deglaceren een über-truc in de keuken is om alle smaken te behouden en te verdiepen. Vaker doen dus.
Kip klaar, vuur uit. Proef op peper en zout en knijp de limoen er boven uit.




Snij de wortel in lucifers, de prei en de bosui in ringetjes en de selderij fijn.

Verhit idealiter een wok en anders een koekenpan. Voeg, als-ie heet is wat neutrale olie toe. Doe de achtergehouden boemboe er samen met de trassi in en fruit aan. Stevig vuur. Doe de wortel, rijst en prei in de pan. Als je enigszins op gang bent kunnen de bosui, de doperwten en de sojasaus er bij. Proef goed, en maak zo nodig verder op smaak met zout en peper. Verdeel de selderij er over

Serveer eventueel met kroepoek, piccalilly, sambal, zoete en zoute ketjap, komkommer, pindasaus, droog geroosterde pinda's, omeletreepjes, gebakken uitjes, atjar ('zuur')








voor de boemboe:

  • 1 sjalot
  • 3-4 tenen knoflook
  • 1 theelepel korianderzaadjes
  • 1 theelepel komijn
  • duimgroot stuk gember
  • duimgroot stuk laos
  • 1 pepertje
  • 3 el sojasaus
  • 4-5 ons kip, neem dijenfilets ipv borstfilets; veel lekkerder en goedkoper
  • 2 eetlepels neutrale olie, arachide- of zonnebloem- bijv.
  • 1 flinke ui, in redelijk dunne halve ringen gesneden
  • 1 teen knoflook, fijngesneden
  • 2 eetlepels kokosrasp

voor de nasi goreng:

  • 2 eetlepels neutrale olie
  • 1 eetlepel van de boemboe
  • 1 theelepel trassi
  • 250-300 gram afgekoelde rijst (of meer, afhankelijk van uw ontbijtplannen morgen), basmati-, pandan- of jasmijnrijst
  • 2 bospenen
  • 1/2 prei, in dunne halve ringen
  • handje diepvries doperwten
  • 3 bosuitjes, in ringetjes
  • paar takjes selderij, evt te vervangen door platte peterselie, blaadjes grof gesneden


Selamat Makan! - Eet Smakelijk!



Een andere favoriet gerecht met rijst in Huize Sigi is de biryani







zaterdag 28 januari 2017

Wiener Schnitzel





Op de een of andere manier ben ik altijd moeite blijven houden met de Schnitzels die kant-en-klaar bij onze slagers te vinden zijn. Je weet niet wat voor vlees er onder de paneerlaag schuil gaat. Ik verbeeldde me dat de mindere goden onder de slagers zouden kiezen voor wat mindere kwaliteit vlees om dat, al panerend, mooi te verhullen. Inmiddels heb ik een vaste slager die ik vertrouw, maar desondanks paneert Dikke liever zelf. Ik schaf een stuk kalfs-entrecote aan die ik dan zelf kan verdelen in ongelijke delen. Opdat de meisjes Sigi allemaal een Schnitzel krijgen, die qua grootte bij hun appetite past.

Ik weet niet precies hoe de tijdsgeest werkt, maar terwijl ik aan dit blog werk, verschijnt er deze week een Wiener Schnitzel-tutorial op Foodtube. En vandaag heeft het Parool een Wiener Schnitzel-test in de weekendbijlage staan. In ons Amsterdam blijkt er een heus Wurst- en Schnitzelhaus te zijn. Klinkt als "der Platz zu sein", maar de kok heeft zich naar een 18-e en daarmee laatste plek geklootvioolt. Wat verder opvalt is dat er zelden kalf gebruikt wordt; veel vaker varken of kip.




In Dikke's jonge jaren moest de Wiener de concurrentie aan met de Zigeuner- (klinkt in het duits als 'Tsieghoiner'). Tijdens het mooiste Schnitzel-moment in Dikke's leven kwamen deze twee samen. Na een dag ski-fahren in Oostenrijkse bergen bleek er 's avonds 'Zigeuner' op het Gasthof-menu stond. Mit kartoffel-salat natuurlijk. Deze toch zeker niet klein uitgevallen 'Zigeuner' verdween als sneeuw voor de zon. De puber met gezonde trek, die Dikke toen was, werd door de Fraulein verrast; er was namelijk nog een Wiener over. Of ik nog een stukje wilde. Selbstverständlich, gerne !





Een klassieke Wiener Schnitzel is van kalfsvlees. Goedkoper en absoluut ook lekker is kip. Neem dijen. Een stuk kalfsentrecote sla je platter, tot een dikte van zo'n 0,5 cm. Plet het vlees onder een stukje folie met een vleeshamer. Zout het vlees royaal.

Minstens zo belangrijk als het vlees is de laag paneer. Paneer 'a l'anglaise'; maak een straatje van 5 borden. Op bord 1 liggen de ongepaneerde schnitzels. Van links naar rechts bloem, losgeklutst ei met met een scheutje spa, en paneermeel. Haal de schnitzels zorgvuldig door de 3 borden. Schudt overtollig bloem af voordat je het vlees door het ei haalt. Laat nu uitlekken voor je het vlees in het paneermeel legt. Het laatste bord is voor de gepaneerde schnitzels. Vanaf het ei gebruik ik een vork. Dubbelpaneren is niet echt nodig, maar kan je doen. Dan heeft het in ieder geval niet aan jou gelegen.



Het bloemen van vlees doe je om er voor te zorgen dat het vleesoppervlak geen direct contact met de olie zal hebben.

De CO2 in de Spa door het ei zou het souffleren bevorderen.

In plaats van een ei kan je hier heel goed eiwitten gebruiken die je nog in je koelkast hebt staan omdat je Dikke's crème brûlée of mayonaise onlangs hebt gemaakt.

Paneermeel maak je gewoon zelf door oud (niet volkoren-) brood fijn te malen. Dat is echt heel veel lekkerder dan dat spul in die kartonnen doosjes.




Nou is het slechts een kwestie van bakken. Wat je wilt is gaar vlees met een enigszins gesouffleerde, krokantige, mooi gebruinde paneerlaag. Een deel van de echte schnitzel-smaak komt van de boter waarin je ze bakt. Gebruik geklaarde boter (ghee) en zonnebloemolie. Check deze link om zelf je boter klaren. Dit is niet veel meer dan geduldig roomboter smelten.

Vul een mooie koekenpan met een halve tot 1 centimeter ghee/olie. Verhit dit tot het mooi heet is. (zo'n 165C) Leg er 1 of meerdere schnitzels in, maar hou wel rondom ruimte. Nu ga je draaien en heen en weer walsen met de pan zodat de olie telkens een beetje over de schnitzels heen golft. Keer voorzichtig na 2-3 minuutjes. Doe hetzelfde nogmaals tot mooi bruin aan beide zijden. Check eventueel op gaarheid als je niet zeker bent. Bak op deze manier alle schnitzels.

Een richtiger-Wiener serveer je met partjes citroen en wat peterselie. Dè side-dish is aardappelsalade.




ingrediënten:


  • kalfsvlees, entrecote bijvoorbeeld. Of kip, neem kippendijen want die smaken beter. Snij hier dan wel even de vetjes af
  • zout
  • bord bloem
  • bord met 1 ei, losgeklutst met
  • een scheutje spa
  • bord met paneermeel
  • zo'n 200 ml geklaarde boter/zonnebloemolie
  • 1 citroen
  • handje platte peterselie, alhoewel in dit uiterst zeldzame geval krulpiet ook mag gezien het retro-gehalte van een Wiener Schnitzel


0


woensdag 21 december 2016

Aardappelsalade






Een gemiddelde Nederlander eet zo'n kilo aardappelen per week. En daar komt jaarlijks dan nog ongeveer 30 kilo aan patat en chips bij. Dit komt dus neer op 80 kilo aardappels per jaar. En echte liefhebbers halen met gemak 140 kilo per jaar. Respect. Dat gaat Dikke bij lange na niet halen. Ik denk dat ik op zo'n 12 kilo per jaar uit kom. En daar zit dan hooguit 1 kilo gewone gekookte aardappel tussen. Eigenlijk hou ik alleen van een nieuw gekookt aardappeltje naast witte asperges.

Aardappels komen in huize Sigi als aardappelgratin, aardappelpuree, patate al forno, in een sperziebonen a la bonne femme salade, tortilla, of als aardappelsalade op tafel. En incidenteel wordt er een pieper gebakken, gepoft of als waaier bereid.




Aardappelen worden ook wel 'Poldergoud' genoemd. Kijk, en daar gaat Dikke's bloed sneller van stromen. Dikke vind zichzelf inmiddels Amsterdammer na 30 jaar in onze hoofdstad woonachtig te zijn, maar ooit ben ik uit de klei getrokken van de Noordoostpolder. Rijdend op de A6 kijk ik nog altijd reikhalzend uit om een eerste glimp van de Poldertoren op te vangen.
De jaarlijkse aardappeloogst werd (en wordt) met een heus Pieperfestival gevierd. Destijds het absolute hoogtepunt van het jaar, samen met de trekker-trek, de schuimparty, de opening van de buiten-ijsbaan, de jaarlijkse braderie en kermis. Weliswaar bepalende ervaringen in het leven van een opgroeiende jongeman in de polder maar tegelijkertijd de reden om naar de grote stad te trekken zodra de kans zich voor deed.




Snij de Aardappelen in dobbelsteen-grote blokjes en kook deze net gaar. Dit duurt zo'n 12- 15 minuten. Zorg dat ze heel blijven. Kook de eieren mee tot hard.
Snij een rode ui in dunne ringen, doe in een kommetje en 'zet onder water' met rode wijnazijn. Zo 'garen' ze een beetje, het scherpe gaat er af en hun rode kleur wordt intenser.
Bak de plakken bacon, laat uitlekken op keukenpapier en snij in smalle reepjes.
Snij de augurken in kleine blokjes.

Maak een dressing in een ruime schaal met olijfolie, mosterd, mayonaise, ongeveer 1 eetlepel van de rode wijnazijn, peper en zout. Doe de gare, uitgelekte aardappelblokjes er bij. Giet de rode ui af. Pel de eieren en hak ze grof. Snij de bosui in schuine ringetjes en hak de verse kruiden fijn. Verdeel alles over de aardappels.
Zet op tafel en hussel goed door voordat u opschept.




Ingrediënten:

  • 6 ons aardappelen, vastkokende, bijv. roseval, ratte of opperdoezer
  • 3 eieren
  • 1 rode ui
  • rode wijnazijn
  • 5 plakken bacon
  • 6 augurkjes
  • 4-5 eetlepels van uw mooiste olijfolie
  • 1/2 eetlepel mosterd, franse of dijon
  • 1 eetlepel mayonaise
  • zout en peper
  • 3 bosuitjes
  • 2 handen vol verse kruiden, bijv. basilicum, dragon, dille, platte peterselie, bieslook, tijm






vrijdag 16 december 2016

Pasta met Aubergine, Tomaat en gebakken Ricotta - Pasta alla Norma





Vincenzo Bellini schreef de opera 'Norma' met daarin de beroemde aria Casta Diva in 1831. De hogepriesteres Norma belandt uiteindelijk samen met haar voormalige geliefde op de brandstapel. Had-ie de moeder van zijn kinderen maar niet moeten bedriegen met een jonger liefje. 'Norma' werd zo goed bevonden dat 'una vera norma' spreekwoordelijk gebruikt is gaan worden voor iets daadwerkelijk heel bijzonders.
Vandaar dat deze heerlijke Pasta met Aubergine, Tomaat, Basilicum en Ricotta de naam 'alla norma' heeft gekregen. Zo luidt de overlevering.

Dikke neemt ruim Ricotta om kibbelende meisjes voor te zijn en verwent de Ricotta eerst in de oven. Dit maakt de Pasta alla Norma zo mogelijk nog lekkerder.




Verwarm de oven voor op 180C. Zet de Ricotta's in een ovenschoteltje. Verdeel hier de tijmblaadjes over. Voeg zout en peper toe en verdeel de kerstomaatjes rond om de ricotta's. Sprenkel er olijfolie over. Zet 30-35 in de oven tot de randjes van de Ricotta licht verkleuren.

Verwarm ondertussen een flinke bodem olijfolie in een koekenpan. Snij de aubergine in blokjes; ongeveer 1x1x1 cm. Bak (bijna frituren) ze tot ze gaar rondom nagenoeg bruin zijn. Doe dit in porties of gebruik 2 pannen. Je wilt 1 laag aubergineblokjes, zonder dat ze boven op elkaar liggen. In eerste instantie zuigt de aubergine flink wat olie op, maar ze geeft dit vanzelf grotendeels weer af. Schep ze met een schuimspaan op keukenpapier en laat uitlekken.

Rooster de pijnboompitten in een droge pan tot ze licht zijn verkleurd. Zet apart.




Haal de basilicumblaadjes van de stelen af en snij die steeltjes fijn. De blaadjes zet je even apart. Snij een uitje fijn. Verhit wat olijfolie en bak de ui zachtjes iets zacht. Hak de knoflook fijn en voeg dit toe samen met de basilicumsteeltjes en de chiliflakes. Bak heel even mee en doe dan de bliktomaten en de passata er bij. Doe de tak rozemarijn er in zijn geheel als smaakgever bij en laat in 10 minuutjes alles rustig zacht worden.
Ondertussen kook je de pasta 'al dente'; nèt gaar dus. Nu kunnen de gebakken aubergineblokjes bij de saus. Laat een minuutje meepruttelen. De saus kan je zo nodig iets verdunnen met wat van het pasta-kookwater.
Doe de uitgelekte pasta er bij. Schep goed om, zodat de saus zich goed verdeeld. Haal van het vuur. Nu kunnen de basilicumblaadjes er bij.
Strooi de pijnboompitten over de ricotta.
Zet samen de pasta en de ricotta op tafel en laat iedereen zelf wat van de ricotta en de kerstomaatjes over z'n pasta verdelen.
Dikke raspt er ook nog wat pecorino over.




Ingrediënten:


  • 400 gr pasta naar keuze, neem wel een goede, bijv. die van 'De Cecco'
  • 500 gr ricotta
  • paar takjes tijm
  • handje (gele) kerstomaatjes
  • olijfolie
  • peper, zout
  • handje pijnboompitten
  • 2 aubergines
  • 1 uitje
  • 2 tenen knoflook
  • 1 theelepel chilivlokken, of een fijngesneden half spaans pepertje
  • 1 blik gepelde tomaten
  • 150-200 ml passata (tomatensaus)
  • 1 tak rozemarijn
  • stuk of 6-8 takjes basilicum
  • pecorino



woensdag 14 december 2016

Panzanella - Broodsalade





Panzanella is in principe een eenvoudige Italiaanse brood-tomaat-basilicum salade, met olijfolie-azijn, peper en zout. Soms wordt-ie Toscaanse broodsalade genoemd, maar anderen beweren dat de panzanella oorspronkelijk Romeins is. (uit Rome afkomstig) Het is hoe dan ook een uiterst smakelijk gerecht om je oud geworden brood in te verwerken.

Voor Dikke is de originele Panzanella het uitgangspunt; hiermee bedoel ik dat ik het meer beschouw als een concept dan als een recept. Denk in mogelijkheden in plaats van in de beperkingen van het superstrak willen volgen van een recept. Een left-over Courgette die nog op een bestemming wacht kan heel prima werken. In (halve) plakjes, even stevig aanbakken in olijfolie tot het mooie-bruine-plekjes stadium, met op het laatst ietsje knoflook. Hussel met wat rasp van een Citroen. Afgekoeld tot in ieder geval lauwwarm is dit wellicht zo'n lekkere toevoeging aan uw Panzanella, dat u hem (of is een Salade vrouwelijk?) in het vervolg niet meer zonder wilt maken. 




Eerst het brood, gebruik het liefst uw oude brood. Dat wat u eigenlijk niet meer zou willen eten. Oud is droog en droog zuigt smaken op. Heeft u alleen vers brood, leg het dan uit de verpakking op een warme plek. Of rooster het even kort droog; in een broodrooster, een warme oven of in een koekenpan.
Verwijder eventueel de korst van het brood. Ik hou juist van de korst. In huize Sigi willen we juist de korstrijke kontjes. Waarbij gezegd moet worden dat wij altijd heerlijk desembrood van onze stadsbakker eten. 
Halveer de teen knoflook en strijk met het snijvlak een paar maal lichtjes over het brood. Snij of scheur het brood nu in stukken.

Snij de tomaten in stukken en laat de paprika uitlekken. Snij ook deze in stukken.




Neem een mooie ruime schaal. Kluts de olijfolie en de wijnazijn goed door elkaar. Prak de ansjovis hierin goed stuk. Doe het rode uitje, de kappertjes, de tomaten en paprika er bij. Nu kan het brood er bij en meng dit, met schone handen, heel licht knijpend, goed door elkaar.

Dit kunt u best even laten staan om het vocht en de smaken goed in te laten trekken. Heeft u nog plannen? Trek er op uit, en laat het brood z'n zuigende werk doen. Bezoek uw slager en haal een lekker worstje in huis. 

Hussel de basilicum er door, proef op zout en peper en maak eventueel verder op smaak. Serveer. Lekker bij een barbecue of picknick. 






Ingrediënten:

  • 200 gr brood, ga voor een mooi desembrood  van uw bakker, van zo'n 2-3 dagen oud
  • 1 teentje knoflook
  • 4-5 tomaten, zo'n 600 gr., u kunt verschillende soorten en kleuren kiezen.
  • geroosterde paprika, uit een pot, de helft van het tomatengewicht, 300 gr.
  • een flinke rode ui, in fijne dungesneden halve ringen
  • 1 eetlepel kappertjes, laat er een paar heel en haksel de rest grof 
  • 2 ansjovis
  • 6 eetlepel olijfolie
  • 2 eetlepel rode wijn azijn
  • een flinke handvol basilicum, de blaadjes in reepjes gesneden op het laatst door de salade. De steeltjes bakt u gesnipperd de laatste 30 seconden mee met de courgette of het worstje.




In de geest van het conceptueel denken kunt u uw Panzanella aanpassen naar eigen smaak. Laat de aanbiedingen in de winkel, het seizoen, de inhoud van uw koelkast, uw voorraadkelder of de oogst uit de moestuin mede bepalend zijn voor de persoonlijke touch aan uw Panzanella.

Suggesties: augurk, bosui, zoete ui, komkommer, gekookte sperziebonen, bleekselderij in halve maantjes, artisjok op olie, asperges, avocado, geblancheerde zeekraal, venkel, tijm, peterselie, dragon, venkelzaad, balsamico, citroensap en/of -rasp, olijven, (geiten-)kaas, mozzarella, knoflook, rucola of andere sla, gekookte eieren, tonijn, zalm, kort geroosterde hazel- of walnoten of pijnboompitten. Voel u vrij, gooi niks weg, probeer combinaties die u lekker lijken.





vrijdag 14 oktober 2016

Quiche





Een Quiche heet meestal 'Lorraine'; het betreft dan een hartige taart die in ieder geval gevuld is met Spek en Kaas.
Lorraine is frans voor Lotharingen, wat tegenwoordig een regio in het noordoosten van Frankrijk is, met Metz als belangrijkste plaats, maar vroeger een enorm hertogdom. Hier stond dus waarschijnlijk de wieg van de Quiche genaamd Lorraine.

Dikke heeft lange tijd, om onduidelijke redenen, geen Quiches gemaakt. Maar mijn Quiche-loze tijdperk is voorbij, en hoe. Net zoals u wellicht opziet tegen een zelfgemaakte mayonaise, lasagne, risotto, sushi of pesto, had ik dat met Quiche.
Maar aangezien men het meest lijdt onder hetgeen men vreest heb ik de Quiche er inmiddels gelukkig onder gekregen. Verzamel moed, er zijn u velen voor gegaan, en ga fearless aan de slag.




Wat u wellicht helpt om van uw eventuele Quiche-terughoudendheid af te komen is 'kant-en-klaar Quichedeeg', ook wel bekend als 'kant en klaar deeg voor een Hartige Taart'. Dit kunt u tegenwoordig in elke super kopen. Er zit vaak zelfs bakpapier bij dat mooi van pas komt.
Dikke heeft voor zijn eerste Quiche, de bodem zelf gemaakt, wat overigens absoluut geen rocket-science is.

Heeft u de Quiche eenmaal in de vingers, dan gaat er een wereld aan mogelijkheden voor u open. In een Quiche kunt u namelijk van alles kwijt. Letterlijk. De Lorraine is de springplank naar zoveel varianten als u maar kunt bedenken.

De kaas die u gebruikt is natuurlijk mede smaakbepalend. Rauwmelkse boerenkaas of gruyère verschilt nogal met een zakje voorgeraspte vage kaas uit de supermarkt. Bak regelmatig een Quiche en al uw kontjes kaas vinden een bestemming.




Recept Quiche Lorraine:

Verwarm de oven voor op 180C.
Beboter uw bakvorm (laag opstaande gekartelde rand, doorsnee 22 cm). Rol het Quichedeeg iets uit op een bebloemd oppervlak. Rol het deeg losjes op om uw roller, til op en leg het op de vorm. Licht het overhangende deeg iets op en duw de opstaande rand mooi op de bodem en de kartels. Ga met de deegroller over de rand om overtollig deeg af te snijden. Dit hoeft u niet weg te gooien, maar kan in folie worden ingevroren.
Prik nu het deeg met een vork in. Leg er bakpapier op en verzwaar dit met bakgewichtjes, bonen of oude vakantiemunten. U gaat de bodem nu 'blind' bakken, om er voor te zorgen dat u een gare bodem krijgt. Het deeg komt door het gewicht niet omhoog. Schuif in de oven en haal 'm er na 20 minuten uit. Bak nog een kleine 5 minuten zonder het bakpapier en de steunvulling.
Laat enigszins afkoelen.




Bak (ondertussen) het spek goudbruin uit. Laat uitlekken op keukenpapier.
Klop de eieren lekker los. Meng met de kaas, spek en de room. Breng op smaak met peper en matig zout. (de spek is al wat zout)
Nu kan-ie in de oven voor 25 à 30 minuten tot goudbruin. Serveer warm in punten. Lekker met een simpel, goed aangemaakte groene salade (olijfolie citroensap, zout, peper) en wat met de Quiche meegeroosterde trostomaatjes (olijfolie, zout, peper, balsamico).

De Lorraine is een relatief simpele Quiche met naast eieren, room en kaas alleen spek als vulling. Er valt volop te variëren. Bekijk de restjes in je koelkast eens met andere ogen; veel zal probleemloos een plek vinden in een Quiche. Maar sla niet door en beperk jezelf tot 3 à 4 ingrediënten die goed bij elkaar passen. Example:


  • Spek met prei of bosui en peterselie.
  • Zalm met groene asperges en dragon.
  • Ham met witlof en cheddar.
  • Pompoen met ricotta, tijm en pompoenpitten.
  • Tomaten met pesto, mozzarella en parmezaan.
  • Vijgen met geitenkaas en parma (-achtige) ham
  • Tomaat, ansjovis, olijven en tijm.


Sommige ingrediënten, die langer dan 25 minuten nodig hebben om te garen zul je moeten voorgaren De pompoen bijvoorbeeld rooster je eerst in de oven (olijfolie, peper, zout). Let er verder op dat je vulling niet teveel vocht bevat.




Ingrediënten:

1x quichedeeg
4 eieren
250-300 gram spekreepjes, liefst van de slager
2,5 dl room (of crème fraîche)
100-150 gram geraspte kaas
zout
peper
snuf nootmuskaat